Mijn eerste NKDE activiteit

Mijn eerste NKDE-activiteit… De Smiscruise van ’21.. Na een half jaar lidmaatschap en twee eerdere pogingen mee te doen aan de Dorus Rijkerstocht en de Tweede Slenk tocht.. Maar eerst .. hoe kom ik überhaupt in deze wereld verzeild….

Onze oom Dick (Spoor) had vroeger een Drascombe en daarmee hebben we in onze jeugd de veenbonken en muggen van de Reeuwijkse plassen leren kennen.. en later ook de Waddenzee en de Westerschelde. In die jaren boeide het ons niet echt, wisten wij veel dat hij met de NKDE over het kanaal kruiste en weet ik waar verzeild raakte… Decennia later is ome Dick helaas een vage herinnering aan het worden, maar vanwege zijn eigenzinnigheid en rust is de sfeer van die herinneringen alleen maar sterker geworden. Op een of andere manier was het begrip Drascombe gezaaid.. die kale boot met hout en bruin zeil..

Er werd na onze ervaringen met ome Dick vooral door mijn jongste broer heel wat afgezeild. Mijn jongste broer stelde voor om in plaats van een gezamenlijke raceboot met kiel, een Drascombe te kopen, al is het maar omdat je die overal heen kan slepen. Groot was de verbazing toen ik na een half jaar lezen in de boeken van Hans van der Smissen mijn Gig kocht: waardoor ik de status verwierf van nouveaux maritime, compleet zonder enige formele zeilkwalificaties. Mijn kinderen geloofden het eerst niet getuige hun eenzijdig opgetrokken wenkbrauwen..  “wij gaan altijd naar de Alpen pappa…”.  Ik ben helaas al vanaf mijn jeugd een fan van Erasmus’ waanbeelden :  “Zotheid verlengt de jeugd en weert de ouderdom”.. Dat gevoel van haaks beslissen heeft me in de bergen ook ongezond veel zelfvertrouwen gebracht..

Al bij de tewaterlating eind augustus maakte ik kennis met een uiterst behulpzaam en gastvrij NKDE-stel van Delden (Co Ultreia) en dat bevestigde mijn verwachtingen over de NKDE. Nu, na een herfst en wintertje op het Markermeer, Reeuwijkse plassen, Grevelingen en Oosterschelde was het hoog tijd voor de Smiscruise.. Na van alles gelezen te hebben over stroming en diepte op de Waddenzee dacht ik dat we best op de “lekker doorvaren” konden inschrijven..  Mij middelste broer Tim was in de gelegenheid vrij te krijgen en alleen al dát gegeven, om samen met je broer een paar dagen buitengaats te zijn, is een feest. De weersverwachting zag er ook niet bepaald afschrikwekkend uit.. Wij houden van lekker doorvaren en met mijn Gig zou ik vermoedelijk niet in de achterhoede zitten, dus vond ik het niet meer dan logisch om voor de ervaren groep te kiezen. Ook al was ik gewaarschuwd door de winst van Pride of the Fleet op de Wadrover…..

Het plan was om Chris die middag te ontmoeten om te laten zien dat we kunnen deinzen en sturen op de riem… maar dat laatste lukte uiteindelijk niet overtuigend hahahahaha. We liepen gelijk bij het eerste rak na de haven vast aan de oever omdat we te traag -dus niet- overstag gingen  (alleen op de fok met druil) -hahahahahaha-. Volgende keer maar gewoon op grootzeil de haven uit. Weinig wind maar we lagen aan lager wal dus zag ik het alweer gebeuren dat we er na een half uur veen prakken toch zouden moeten gaan roeien. We hadden niet veel tijd meer om nog rond te varen en besloten om maar gelijk de sluis in te gaan. Dus zeilen omlaag en op de motor naar de sluis… Niet bepaald Smissig ahum..

In de sluis waren we nog even getuige van een sparteling van 10 minuten waaruit maar weer eens bleek hoe lastig het is om met kleren aan in een boot te klimmen als je geen kontje krijgt van een golf😊. En al helemaal als die een hoog en overhangend vrijboord heeft. Ik ben er niet helemaal zeker van dat er geen alcohol in het spel was, maar hoe dan ook is het geheel in lijn met het betoog van HVDSmissen voor een laag liggende Drascombe.

In de buitenhaven gelijk kennis gemaakt met een groot deel van de deelnemers van “lekker doorvaren” en nog even een bord met vis halen voor vertrek. Geweldig en rustig weer in het vooruitzicht en voor iedereen iets waarnaar al tijden werd uitgekeken. We hebben bij het eten even met Chris gesproken en het advies ter harte genomen om alsnog aan te sluiten bij groep van Sytse Terpstra om in wat rustiger water te kunnen oefenen.

Eenmaal terug bij de sluis bleek uiteraard dat we de laatste schutting naar binnen gemist hadden dus gingen we gelijk het water op met de vloedstroom mee naar het noorden.. dan konden we die volgende ochtend aansluiten bij de groep van Sytse als ze door de sluis zouden komen. Die nacht ankerden we ergens ter hoogte van O17 bij Oort richting het Lutjewad..  Voor de schemering intrad kwam Chris voorbij gevolgd door zes doorzeilers. We konden ze goed volgen door het perfecte zicht en onze dikke verrekijker en het was ons verteld dat ze daar in het donker moesten sturen op de riem. Nog enigszins nerveus over of het anker wel zou houden gaf ik nog wat extra (afgeschreven 10.5mm klim-) touw.. Heel handig, we hadden de boei in zicht zodat we onze positie makkelijk konden checken. De wind zakte weg en daarmee verdween die nacht zelfs de kleinste golf… We waren benieuwd of we wakker zouden worden van de kentering maar die ochtend werden we bij het eerste licht wakker en konden genieten van de spiegel die geruisloos voorbijschoot richting het westen… Totale stilte afgezien van wat visdiefjes.. en het ontspannende geluid van klatergoud.

De slaap konden we niet meer vatten en na wat lekker ontbijt hebben we ons laten afdrijven om eens te kijken of je dan in de geul blijft. Het bleek dat er toch een duidelijke kurkentrekkerbeweging in de ebstroom zit die je in sommige bochten naar de rand van de plaat zet.. af en toe roeien dus naar het midden. Nog even op de plaat rondbanjeren voor Lauwersoog en weer koffie zetten. Bij het koffie zetten zagen we ineens een rimpel dichterbij komen, een lijntje van een millimeter op de spiegel, en nu weten we ook hoe de kentering eruitziet. Allemaal in de totale stilte van de vroege ochtend. De wind stak op en omdat het nog vele uren zou duren voordat Sytse door de sluis zou komen, gingen we alvast even door de smalle geul naar Schier, sturend op de riem.

Eindelijk kwamen er korte bruine masten uit de sluis en we besloten ze warm te onthalen in de haven. Maar er was haast bij dus gelijk opgestoomd richting het westen met de vloedstroom mee… Heel eindje verder gevaren en nog verder onderlangs het Friese Wad richting het Pinkewad. Verbazingwekkend genoeg lag de snelheid van de coasters maar heel weinig onder mijn Gig. We gingen wel iets harder maar Sytse’s Brave haalde ik toch eigenlijk niet zomaar meer in als hij eenmaal voorlag… Ik had ook niet echt precies voor ogen waar we zouden ankeren dus volgde ik braaf de groep… En toen liepen we vast…. Broek uit en duwen dus… Krengen en wrikken ten spijt, maar onze zelfgemaakte vaargeul strekt zich niet uit tot in de geul onder de kust… Eerder had ik ter voorbereiding op de Tweede Slenktocht al contact met Sytse over de problematiek van 1 Gig in een groep van Longboats, vanwege diens enorme diepgang van 45 cm. Het gevoel bekroop me dat ik misschien een blunder begaan had door die gigantische Gig te kopen.

Voordat we vastliepen zaten we de Lugger van Josien Kapma op de hielen… maar zij kon met een beetje wiebelen net over de ondiepte schuiven zonder zelfs maar natte benen te halen.  De kielbalk onder de Gig snijdt niet diep in zand dus als je er snel bij bent kun je omdraaien, maar doorduwen ga ik niet meer proberen… Uitgaande van dat iedereen op tijd het roer trekt zit het verschil tussen de boten hem toch vooral in het goed van tevoren op satellietbeelden opzoeken van de diepste geul. De Marinekaart is gewoon niet gedetailleerd genoeg voor een Drascombe. Die twee decimeter diepgang moet ik in de toekomst proberen te compenseren door beter voorbereiden.   

Aldus lagen we samen met de Drifter van Meindert Gorter ver van de groep verwijderd… met de riemen langszij als wadpoten. Die avond bij vloed toch maar even naar de groep gemotord, maar we kwamen niet meer van de boot. De communicatie bleef dus nog steeds beperkt tot whatsapp en incidenteel een telefoontje. Het Oerd moeten we een andere keer maar bezoeken.

Die ochtend om 10 uur ankerop en rap terug langs dezelfde route om nog op tijd bij het Rif te komen. Het blijkt dat de Coasters en Cruisers onderling door subtiele verschillen in zeilvorm (los van giek of niet) nogal van elkaar verschillen waardoor er toch wat snelheidsverschillen bleken te bestaan. Wij zijn er nog niet uit of fanatiek trimmen alles bepaald. De Pittarak loopt in sommige koersen bij lichte wind iets harder maar ik hoef maar één rif te leggen en de voorsprong van uren varen is weg.

Het Rif bleek op tijd bereikt en een geweldige plek. Na een half uur driftend op de riem opkruisen om 100 meter hoogte te winnen hebben we lekker een plekje in de prut uitgezocht voor het anker. De prut was net hard genoeg om te kunnen uitstappen… Eindelijk konden we na ruim twee dagen een keer met iedereen kennismaken en over de plaat wandelen en elkaars boot besnuffelen. Heel gezellig al die gelijkgestemden met die eigenaardige bootjes. De weersverwachting en tij besproken wetende dat Sytse de volgende dag alweer zou afzwaaien naar Lauwersoog.

De volgende dag vrij snel na loskomen vertrokken samen met Jaap en even verkend hoe het eruit ziet in het zeegat maar op aanraden van Sytse toch maar voor de Westgeul gekozen. Wat een mooi gezicht om die golven te zien oplopen en breken op de Kuipersplaat. Erlangs geschoten richting het gat van Schier maar daar viel de wind weg en we hadden niet veel vloedstroom meer mee… Als de wind en vloedstroom iets langer hadden aangehouden waren we Oostom het Brakzand gevaren over het wantij en met eb naar Lauwersoog. Maar daar waren we dus gewoon te laat voor hahahahaha. Tijdens het roeien naar Lauwersoog zagen we Guido en Josien en misschien ook Hans nog naar Schier dobberen en daarvandaan zijn zij de volgende ochtend in de regen naar Lauwersoog geschoten. Wij hebben onze roeipoging net niet fanatiek genoeg doorgezet om Lauwersoog te halen… daarvoor hebben we uiteindelijk alsnog de motor aangezet…

Nu laatst weer gelezen te hebben over de ontdekkingen van Doggerland en vanochtend nog wat Wadverhalen van Smis gelezen te hebben over de vroeg-Middeleeuwse terpengeschiedenis van Friesland komen ook mijn jeugdherinneringen aan duinen en het strandwallenlandschap van de oude Bollenstreek naar boven. Allemaal treden op dezelfde landschappelijke ladder aan de rand van de Friese Zee. Misschien toevallig liep ik ruim een jaar geleden ook tegen een boek aan over de Halligen en ik ben vastberaden om daar een keer heen te varen of misschien te traileren. De Warften van de Halligen moet ik gewoon bezocht hebben. Om mijn tochtenlijst snel uit te kunnen breiden moest ik maar eens op zoek naar een ligplaats in het Noorden…  en aansluiting blijven zoeken bij de NKDE… want daar zitten alle liefhebbers zoals ome Dick.

Terug op de trailer spraken we nog de eigenaar van de superstrakke nieuwe klassieke zeilboot (een soort grote draak) van de spartelpartij in de sluis… Die was wel nieuwsgierig naar de Pittarak en hij bleek een vroegere Drascombe eigenaar.. Er straalde iets van spijt in zijn ogen … maar hij hield zich sterk..

Franck Hogervorst,

Gig Pittarak