NKDE

Cool

Cool

On januari 12, 2018, Posted by , In Overig, With Reacties uitgeschakeld voor Cool

Van tijd tot tijd komt tante Zus op bezoek. Ze loopt, nog altijd kittig, naar de negentig en is nooit getrouwd, maar beslist geen ouwe taart. Hoewel niet altijd door het leven verwend, heeft ze een ontwapende humor. Op zichzelf is een bezoek van haar dan ook geen bezoeking.
Maar dit keer zou het midden in de vakantie vallen die we – uiteraard – op het water doorbrachten. En dat zag ik niet helemaal zitten. Of eigenlijk: helemáál niet. Tante Zus aan boord deed te veel denken aan: ‘je tante op een houtvlot’. Maar het was volop zomer en stralend weer. Zonde om alleen voor háár naar de stad te gaan.

Nadat ik tantetje had opgehaald – autorijden heeft ze nooit geleerd, en met de trein komt ze meestal op een verkeerde bestemming aan, wat écht niet de schuld van de spoorwegen is – installeerden we haar op een schaduwrijk plekje van de haven en voerden haar koffie met koek terwijl we bijgepraat werden over geboortes, sterfgevallen, verbroken relaties en meer van die schokkende feiten.

Toen de familieberichten afgewerkt waren en het gesprek begon te stokken riep ik met gespeelde geestdrift: “Wat denkt u van een eindje varen tante? Op het meer is het lang zo warm niet als hier”. Tante Zus keek alsof ik een oneerbaar voorstel had gedaan – wat misschien ook wel zo was. Maar tot mijn verbazing stemde ze toe, aarzelend, en op voorwaarde dat we niet ‘zo eng scheef’ zouden gaan. Het moest dus motorvaren worden. Maar nou ja, als we eenmaal op het water waren kon je altijd nog zien….

Niet zonder moeite werd tante aan boord gehesen. Eenmaal gezeten – met haar rug stijf tegen de kajuit gedrukt – hield ze zich met zoveel kracht aan het potdeksel vast dat haar knokkels wit werden. Het was duidelijk dat ze nu al spijt had. Maar ze zat in het schuitje, en moest mee, want ik was zo verstandig geweest los te gooien voor ze zich bedenken zou.
Buiten de haven bleek de wind inderdaad lekker fris te zijn, maar wel aan de pittige kant. Dicht langs de hoge kant sturend, om geschommel zo veel mogelijk te vermijden, wees ik onze passagier bijzondere punten in het landschap aan, alsof ik gids was op een rondvaartboot. Véél natuurschoon viel er helaas niet te bewonderen, en het interesseerde haar zo te zien geen bal.

Maar dat veranderde op slag toen die surfer in beeld kwam. Afgezien van een haarlint had hij alle knellende kleding afgelegd. Bloot als een pasgeboren kind – maar iets groter – raasde hij plotseling voorbij.
Tante keek het verschijnsel met open mond na. Weliswaar valt er ook op de beeldbuis genoeg blotigheid – en alle stadia van opwinding die ermee gepaard gaan- te genieten, maar ik verdenk haar ervan dat ze die, in haar maagdelijke onschuld, meteen wegzapt. Bovendien was deze Chippendale ‘live’, welgeschapen, en bijna onder handbereik.
“Mag dat zomaar?” hijgde tante. nadat ze op adem was gekomen. We verzekerden haar dat er weinig kwaad in school. Het gevaar iets af te knellen op een surfplank is klein.
De oorzaak van alle opwinding was intussen door de wind gegaan. Ver achterover hangend kwam hij – nu met zijn voorkant – rakelings langs ons heen. De ruit in het zeiltje omlijstte zijn meest markante lichaamsdelen op treffende wijze.
Tante Zus liet het potdeksel los en sloeg een hand voor haar mond. “Dat ik dit nog mee mag maken”, riep ze. “Op mijn leefiijd!…”
De tocht verliep Verder zonder problemen. Maar verkoeling heeft hij niet gebracht.


Jon Brakelé

Comments are closed.