NKDE

Alternatieve radarreflector bij nood

Alternatieve radarreflector bij nood

On oktober 30, 2016, Posted by , In Techniek,Veiligheid, With Reacties uitgeschakeld voor Alternatieve radarreflector bij nood

Een poos geleden las ik een spannend verhaal op de oude site van NKDE over een ontmoeting van een dras-groepje op het Wad bij mist met de waterpolitie. Het ging onder meer over de radarreflector. Voor kleine boten zijn er twee typen: de metalen kubus, en de staafreflector, overigens volgens tests minder duidelijk zichtbaar op de radar. Nu ontving ik de Peddelpraat van juni 2016, een blad voor kanovaarders, met een leuk artikel over hun ontmoeting bij opkomende mist met de waterpolitie. Peddelpraat organiseert onder meer dagtochten en meerdaagstochten met kajaks op het Wad en op zee.

Hun tocht in november 2015 heet de snerttocht, en start in Huisduinen. Brandaris geeft aan dat de kans groot is dat de zeedamp overgaat in mist. Op dat moment is het zicht goed maar de donkergrijze sluiers hangen in de lucht. De kanoers melden zich aan per marifoon bij verkeerscentrale Den Helder. De eerste stop is bij de noordwestpunt van Noorderhaaks (RazendeBol) en wordt snert gegeten. Na de pauze geeft het VC aan dat er geen scheepvaart is en wordt de oversteek gemaakt via de T2 naar het Marsdiep. Halverwege de oversteek trekt de lucht soms iets dicht. Plotseling doemt een grote blauwe boot op, van de waterpolitie, P49.  De politie start het gesprek en stelt vragen over wat ze weten over varen bij mist. Het gesprek ontaardt in een soort workshop en bijzonder vriendelijk en leerzaam contact.

Het BPR stelt in art. 9.04 lid 6 dat een varend en geankerd klein schip bij slecht zicht een goed functionerende radarreflector moet voeren. Dit geldt op vaarwegen, zoals tussen zee en havens van het Wad, in de havens zelf, behalve de voorhavens van sluizen. Daarnaast artikel 1.04 over goed zeemanschap. Tenslotte art. 6.29 over inrichtingseisen voor radar en varen op slecht zicht; de reflector in principe op 4 m. hoogte: hier kan een kano niet aan voldoen.

Al pratende, kwamen er oplossingen naar voren voor op de kano.  Zij hadden bij zich nood-foliedekens. Elk van de zo geimproviseerde oplossingen werd getest en bekeken op de radar van het politieschip. De kanoers bleven bij T2 terwijl het politieschip naar T3 ging om daar te kijken wat op de radar te zien was.  De eerste oplossing was een opeen gefrommelde deken in een zak, losjes gebonden op de rug van de kanoer. Deze oplossing werkt niet zo goed als een goede radarreflector en is ook niet een reden om toch te gaan varen bij slecht zicht, maar was het beste zichtbaar op de radar ten opzichte van de andere twee oplossingen.  Bij de tweede oplossing was de deken als cape om de persoon heen geslagen, bij de derde en meest matige oplossing was de deken als sjaal omgedaan.

Wat een boete had kunnen worden en negatief gevoel, werd omgebogen tot een enthousiast leermoment en workshop.

Vertalend naar drascombe, is een normale reflector eigenlijk de juiste keuze. Maar bij nood, kan een in een ruime zak verpakte opgefrommelde foliedeken, gehesen in de mast, kennelijk een redelijke improvisatie zijn.  Varen bij slecht zicht is overigens af te raden.

van Gerard Jol

Coaster Peper

Comments are closed.