NKDE

De Akka kronieken deel 3

Home  >>  Overig  >>  De Akka kronieken deel 3

De Akka kronieken deel 3

On januari 10, 2014, Posted by , In Overig, With Reacties uitgeschakeld voor De Akka kronieken deel 3

De Literatuurprijs Nu de NKDE mij heeft vereerd met de Literatuurprijs 2008 dient deze aflevering ter vastlegging en overbrenging van mijn dank voor deze waardering van mijn bespiegelingen. Ik voel me verheven tot de Orde van NKDE-Laureaten! Het meest ben ik evenwel getroffen door de hartelijkheid die mij is en wordt gegeven, kenmerkend voor de sfeer binnen de Nederlandse Kring van Drascombe Eigenaren. Graag wil ik daaraan blijven meewerken en dat betekent: gegevens verzamelen voor nummer 9 van deze kroniek. Als u in het komende seizoen in de buurt komt, al of niet te water, laat me dat dan weten, dan kan ik een blauw handje voor u klaar zetten! En misschien is er soep van Victoria!!!

April 2009
Klaas Lubbers
Longboat Akka

9. Meer herinneringen.

Kroniek nummer 7 gaat over mijn aanloop naar de zeilerij en over de eerste tocht naar Friesland. Zoals ik schreef was die tocht aanleiding tot aankoop van een eigen boot. Ik was al eens op bezoek geweest bij de kunstschilder Piet Zwiers in Giethoorn om zijn kajuitschouw te bekijken. Dat scheepje stond echter vol water zodat ik al gauw vertrokken was. In Harderwijk vond ik een houten hoogaars, ook vol water. Toen ik de eigenaar daarop wees, zei hij dat hij de vorige dag nogal stevig had gezeild! Die mededeling was voldoende: luisteren en weg wezen!

Daarna kwam ik in contact met de kantoorhouder van de PTT in Sloten (Friesland). Hij had zelf een 22m2 gebouwd die hij wilde verkopen, want hij was van plan een ander schip te bouwen. Met een vriend ben ik gaan kijken, allebei gewapend met een mes. Waarom? Wel, om van buitenaf in de huid te steken om te zien of er verrotte plekken in zaten. Verder ging onze deskundigheid niet! Het schip stond op de wal en wij konden dus naar hartenlust prikken. Dat bleek goed uit te vallen. Bovendien was de prijs van Hfl. 2.000,- (1955) naar onze mening redelijk en dus werd de koop gesloten. Toen we het schip kwamen afhalen was de verkoper zo vriendelijk om een heel eind met ons mee te varen om ons op gang te helpen.

Mijn ligplaats was de Hank in Veessen, niet ver van mijn woonplaats Heerde. Zonder buitenboordmotor kon op de IJssel niet worden gevaren en daarom kocht ik een Seagull die aan een balkje op het achterschip werd gehangen. De benzinetank zat bovenop de motor dus je moest met een gevulde jerrycan en een trechter over het achterschip naar de motor. Het vliegwiel was voor de tank geplaatst en werd met een koord bediend. Ook voor het uitschakelen moest je naar de motor toe kruipen. Daarom was een tweede man (of vrouw) aan boord natuurlijk wel gemakkelijk. Maar, wat we nu zien als ongerief werd toen normaal gevonden, je moest met harde wind en stroom wel extra op je bewegingen letten.

Ik heb met deze 22m2 nog een keer meegedaan aan een zeilwedstrijd in Deventer. De start en finish lagen in de jachthaven in een grote hank even buiten de stad. Omdat ik de situatie ter plaatse niet kende liep ik bij het uitvaren al direct vast in de monding. Ik had natuurlijk kunnen weten dat tussen rivier en hank altijd een drempel ligt. Met behulp van een vaarboom zijn we los gekomen en kon ik de baan op. Mijn zwager fungeerde als fokkenist, maar dat was eigenlijk alleen maar lastig, want hij had nog nooit in een boot gezeten zodat ik elke gewenste handeling moest aanwijzen en uitleggen.

Hij wist echt helemaal niets, zelfs niet waar hij mocht of moest gaan zitten! Toch heb ik wel spannend gezeild, want ik probeerde steeds iets sneller te zijn dan het schip voor of achter me. Dat was wel boeiend, maar ik had op mijn beurt te maken met niets weten, maar dan t.a.v. wedstrijdreglement en tactiek. Het was overigens geen klassenwedstrijd, er voeren allerlei boottypen door elkaar. Toen ik zonder vast te lopen de havenmond weer binnen voer waren de toeschouwers zo vriendelijk om dat met een applausje te begroeten! Ik heb na dien nooit nog enige drang gevoeld om in de wedstrijdzeilerij te stappen.

Tijdens onze eerste vakantie met deze 22m2 in Friesland bleek de beperktheid van onze waarnemingen bij de aankoop. Het dek lekte van alle kanten zodat we alle spullen in het vooronder en de kastjes onder het gangboord in plastic moesten verpakken. Dat was echter nog niet alles… Toen de boot in de winterberging was gezet en ik de bodem nauwkeurig ging inspecteren (met een mes!) kon ik in het vooronder dikke lagen tabak afschrapen. De huidgangen waren daar van binnenuit verrot. Maar erger nog was de neus van het schip. Bij een latjesboot is dat het moeilijkste punt: de aansluiting van de latten op de voorsteven. In mijn boot was dat niet gelukt en toen zijn de lekkages gedicht met kalk. Dat krimpt bij droging en blijft niet soepel om met rek en krimp van het hout mee te gaan. Daar lag de hoofdoorzaak van het verrottingsproces dat bovendien aan bakboord het hoofdspant ernstig had aangetast.

Daar zat ik, totaal verslagen! Nu had ik gelukkig een andere vriend, die weliswaar geen timmerman was, maar wiens handen bepaald niet verkeerd stonden en die bovendien gezegend was met een stimulerend ‘dat gaan we maken!’ Zoiets als ‘Yes, we can!‘ We hebben het grootspant gerepareerd en het kartonnen (!) dek vervangen door multiplex. De neus hebben we met de daarvoor geschikte kit kunnen dichten. Toen ik de boot een paar jaar later kon verkopen heb ik dat schielijk gedaan. Ik ben niet weer op zoek gegaan naar tweedehands maar heb bij Gait Kroes een Rivierklasse besteld.

Met de Rivierklasse hebben we enkele zeer geslaagde vakanties in Friesland door gebracht. Het schip was gemakkelijk te bedienen en kwam door zijn groot kielgewicht altijd weer overeind. Dat was inderdaad waar. We zaten een keer op het Snekermeer, het was een prachtige zomerdag, een flauw windje met zo nu en dan kattepootjes op het water. Naast mijn vrouw en dochter was een nicht aan boord, een stevige jongedame, die graag eens aan het roer wou zitten. De omstandigheden waren daarvoor gunstig, de wind kwam over bakboord in, ik schoof naar stuurboord en zij nam mijn plaats in. Het ging prima totdat ik een streep kattepootjes zag aankomen, die er niet schrikwekkend uit zag, maar dat viel tegen. Oploeven was onmogelijk, want ik zat op de plek waar de helmstok naar toe moest. Het schip sloeg plat en kwam daarna als een duikelaar weer overeind. Mijn nicht was over mij heen gesprongen en vroeg vanuit het water ‘oom Klaas, moet ik dat touw hier maar mee nemen?’ We hebben haar aan boord gehesen, het touw aangepakt en eerst een Blauw Handje genomen tegen de schrik. Daarna zijn we gaan hozen, er stond een handbreed water in het schip.

Wat heb ik daarvan geleerd? De roerbank is voor de roerganger. Ga nooit in de zwaai van de helmstok zitten.

Hoewel de zeileigenschappen van de Rivierklasse zeer goed waren en het bedieningsgemak groot zijn we toch overgestapt op de Boemerang, ook van Gait Kroes. Dat was een overnaads zeegaand jachtje van 7.45 meter met een diepgang van 1.10 meter, een torentuig en ingebouwde motor. Bovendien voorzien van een zelflozende kuip, een kajuit met kombuis, toilet, hondenkooi en twee zeilkooien in het vooronder. Dank zij de keerfok zeilde dit schip ook gemakkelijk. Genoemde diepgang had tot gevolg, dat we na enkele jaren de meeste ondiepten in Friesland hadden verkend. Zonder niet bij een zeegaand jacht behorende vaarboom was dat niet mogelijk geweest. Die had ik daarom uit voorzorg op onze eerste tocht in Zwartsluis gekocht. Zonder deze paal hadden we het niet gered. Daar kwam bij dat de motor moeilijk toegankelijk was. Je moest eerst de kajuittrap weg nemen, dan kwam een schuifluik vrij, dat moest opgetild worden en daarachter zat het vliegwiel. Dus: op de knieën en dat wiel stevig en zo snel mogelijk rond draaien. Herhalen tot de motor liep! Schuifluik dicht, trapje er voor, naar de kuip, naar gashendel en versnellingshandel, boot los maken en varen. In dringende gevallen was dat allemaal wel veel en ingewikkeld, ook dat hebben we meerdere malen ondervonden…

Maar het kon nog erger. We lagen een keer te wachten voor de spoorbrug bij Akkrum, vlak voor Grouw. Het was slecht weer, regen, donderbui, geen wind. Het licht gaat op groen, dus ik naar beneden (zie boven). Resultaat: nul, de motor was niet aan de gang te krijgen. Met behulp van de vaarboom zag ik kans om het schip in de brugingang te krijgen, ondertussen wild zwaaiende naar de brugwachter die ons door zijn geluidsinstallatie dringende bevelen gaf. We hebben ons met behulp van de daarvoor aanwezige kettingen door het bruggat getrokken, net op tijd voor het dalende brugdek. Er was nog steeds geen wind, wel onweer en veel regen. Zo zijn we naar Grouw gedreven, waar we de eerste de beste steiger hebben gepikt, om naar de motor te laten kijken. Na enig zoeken vonden we een oude man, die ons vanwege zijn deskundigheid was aanbevolen. Hij constateerde dat de motor was vast gelopen door niet op tijd de olie te hebben ververst. Derhalve: motor er uit met de opdracht tot reparatie.

Er zat evenwel nog meer voor ons in het vat. Toen we zo middenin Grouw enigszins werkeloos aan de steiger lagen bedacht ik me dat de tijd nog niet ver achter me lag waarin iedereen in Friesland alleen op de zeilen kwam waar hij of zij wilde zijn. Met een Boemerang zonder motor moest dat toch ook mogelijk zijn, dus zeilen hijsen en varen. Het was geheel bewolkt met een flauwe wind die ons in een rustig tempo op de Wijde Ee bracht. Na een pauze ergens aan de wal gingen we op de terugweg, in hetzelfde gangetje. Dat bleek bedrieglijk te zijn, want in het Tijnje schoot de wind totaal onverwacht met geweld vanuit het westen over ons heen. Ik liet grootschoot en fokkenschot los en toch ging de boot vrijwel plat over stuurboord. Zo werden we in de richting van de oever geduwd en ik heb toen het anker in het riet voor de wallenkant gegooid om verder afdrijven te voorkomen en berging van de zeilen mogelijk te maken. En het bleef maar waaien! Na veel gezwaai naar voorbij varende motorboten bleek er eentje bereid om ons achteruit van de wal te trekken en naar Grouw te brengen. Weer voor onze steiger aangekomen lagen we lam geschrokken in de kajuit om bij te komen en toen kwam de kapitein van ons sleepie met een nuchter gezicht vragen of we hem niet even konden bedanken.

Enige dagen later werd de motor weer geplaatst en konden we de thuisreis aanvaarden.

Ik stel me voor om u in een volgende aflevering deelgenoot te maken van onze overstap op een platbodem, waarmee we een heel andere manier van zeilen hebben ontdekt.

Klaas Lubbers
Longboat Akka, Zierikzee
december 2009

Comments are closed.