NKDE

Kleren maken de kapitein (of: de psyche van een kleine kleine-botenman)

Home  >>  Reisverslag  >>  Oude doos  >>  Kleren maken de kapitein (of: de psyche van een kleine kleine-botenman)

Kleren maken de kapitein (of: de psyche van een kleine kleine-botenman)

On januari 8, 2011, Posted by , In Oude doos,Reisverslag, With Reacties uitgeschakeld voor Kleren maken de kapitein (of: de psyche van een kleine kleine-botenman)

Kleine boten, grote boten, zeilboten, motorboten, voor elke soort boot is wel een enthousiaste doelgroep te vinden.

Onze 490 kilogram wegende Drascombe Coaster “Seanymph” plaatst mij in de categorie “kleine-botenman” (mèt koppelstreepje). Wij hebben veel plezier van die kleine boot. Alleen wil het in grote jachthavens wel eens wat verwarrend werken wanneer we ons als passant melden bij het kantoortje van de havenmeester.

De conversatie gaat dan meestal ongeveer als volgt:

Havenmeester: “Waar ligt u met uw schip ?”

Ik: “Oh, aan steiger 52, het is de enige tweemaster aan die steiger dus u kunt haar niet missen.”

Havenmeester (na enige minuten turen met zijn verrekijker): “Maar ik zie helemaal geen tweemaster aan die steiger!”

Ik: “Jawel hoor, kijk maar, daar, het vlaggetje op de druilmast komt net boven de windvaanstuurinrichting van die Bavaria 47 uit.”

Ik ben vanaf jonge leeftijd gek op alles wat drijft en ik beschouw mijzelf dan ook als een echt “botenmens”. Reisverhalen van Erik de Noorman en boeken als “Van Zeerover tot Redder” en “Als de Noordwester Loeit” werden door mij helemaal stukgelezen. Alleen zijn in die stoere verhalen over Dorus Rijkers en aanverwante mannetjesputters “botenmensen” vrijwel altijd grote bebaarde kerels, die zware roeiriemen hanteren alsof het plastic roerlepeltjes in koffiekopjes zijn.
Dat beeld wordt nog eens benadrukt door het reddersmonument op het Helden der Zeeplein in Den Helder.

Met hun letterlijk granieten breedgeschouderde torso’s passen deze rechthoekige varensgasten alleen maar in de maat XXL.

Ik helaas niet. Mijn kantoorgetrainde schouders en biceps zitten in “XP” – “Windows XP” welteverstaan. Tel daar mijn lengte van iets meer dan vijf en een halve voet bij op en je hebt als resultaat een “kleine botenman” (zònder koppelstreepje).

Volgens mensen die daar voor hebben doorgestudeerd is die combinatie van “kleine botenman” en “kleine-botenman” tussen al het hedendaagse geweld van 47-en -nog-meer-voeters een gegarandeerd recept voor ernstige psychische onbalans.

Ik dacht tegen die psychische onbalans een goede remedie te hebben gevonden in de vorm van echte zeezeilkleding! Het spreekwoord “kleren maken de man” is er immers niet voor niets. Met de aankoop van onze Drascombe hadden Linda en ik dus ook twee Echte-Britse-Zeilpakken-met-Goretex aangeschaft. Het mijne was opvallend fel geel met wit. Dat van Linda was verstandig rood.

Bij de allereerste tewaterlating van “Seanymph”, nu alweer bijna 10 jaar geleden, stond ik in de nagelnieuwe outfit te schitteren naast de trailer op de helling bij “t Kuitje”. Alleen de buitenboordmotor moest nog in de boot worden getild. Die motor zag er ook picobello uit. Hij kwam net van de winterbeurt bij de Yamaha-dealer en was grondig nagekeken en ingevet. Met zeewaterbestendig blauw vet – heel véél, héél blauw vet. En als je op de allereerste vaardag in je fonkelnieuwe zeilkleding een grondig ingevette buitenboordmotor in je boot gaat tillen dan is dat, naar ik al heel spoedig bemerkte, niet zo erg slim.

Het dessin van mijn zeilpak was binnen no-time veranderd van geel-wit in geel-wit-blauw. Het leek de vlag van het eilandje Tokelau wel! Dat was dus een fout. De eerste fout. Gelukkig hebben we ultramoderne wasmiddelen, een wasmachine en stevige borstels. En dat was de tweede fout. Na 10 wasbeurten en verwoed geschrob en geboen zaten de blauwe vlekken nog steeds behoorlijk in mijn pak. En was de waterdichtheid er behoorlijk uit. Ik had de stof op sommige plekken zo “schoongeboend” dat het meer weg had van een negligé dan van een zeilpak.

In het jaar 2010 besloot ik dat het definitief tijd was geworden om over te gaan tot vervanging van mijn pak. Door schade en schande wijs geworden, viel de keuze dit keer op een minder besmettelijke kleur. Het werd anthraciet. Van een “stoer” nautisch merk natuurlijk. Het merk van een nazaat van Erik de Noorman. Die Noorse nazaat is over de hele wereld beroemd geworden met zijn kleding. Zijn jassen, broeken en petten en mutsen worden op gepaste wijze gesierd met zijn initialen, twee hoofdletters “H”.

De twee H‘s stonden in mijn ogen synoniem voor “stoere zeezeiler” en mijn jack was bovendien een zogenaamd “technisch” jack. Dat mocht blijken uit het plakkaat op de rechterbovenarm met “HH Hellytech XP Protection” en allerlei vernuftige snufjes zoals echte SOLAS-goedgekeurde reflecterende strips, een RVS-karabijnhaak om hem aan op te hangen, waterdichte latex manchetten, ditjes, datjes, zakje hier en zakje daar en last but not least een orkaanbestendige gifgroene High Visibility capuchon waarmee de Kustwacht je al op een afstand van 20 mijl zou kunnen spotten. Kortom: met deze nieuwe outfit was ik weer helemaal het mannetje!

In het zomerseizoen van 2010 heeft Seanymph 32 keer de haven van Den Helder verlaten. We kunnen dus rustig stellen dat we heel wat van het zoute water hebben geproefd. Overigens heb ik daarbij mijn nieuwe jack niet of nauwelijks aan gehad. Dat zou ook tamelijk onzinnig zijn geweest want “Seanymph” vaart alleen met lekker zonnig weer en een zwoel windje van maximaal 3 Beaufort. Je wordt voor gek versleten als je dan helemaal ingepakt in Foul Weather Gear aan de helmstok gaat staan. Buiten die 32 vaardagen om was er echter nog meer dan genoeg gelegenheid om mij in mijn “ik ben een echte stoere zeiler”-outfit aan de wereld te presenteren. In de auto op weg naar kantoor bijvoorbeeld en verder op een druilerige zaterdagmiddag winkelend in de stad (of voor de wekelijkse borrel naar de HWN).
Of bij een bezoekje aan mijn inmiddels bijna 80 jaar oude moeder. En bij dat laatste zou mijn zorgvuldig opgebouwde zelfbeeld op onverwachte wijze worden getorpedeerd.

Bij een van die bezoekjes gebeurde het. Wij traden de kleine bejaardenwoning binnen en mijn moeder monsterde mij van top top teen. Natuurlijk was ik in mijn supertechnische HH-jack. Mijn moeder prees dat jack. Prachtig vond ze het. En het stond me zo goed!
Toen wendde zij zich tot mijn vrouw. Linda is veel meer low profile. Zij heeft óók een jack van het zelfde merk, maar dan zonder alle opsmuk en poeha. Een gewoon lekker outdoor-jack voor alledag. Met niet meer dan alleen het logo van de twee H’s. Toen mijn moeder dat logo in het oog kreeg sprak zij de onsterfelijke woorden:

“En Linda, jij hebt óók al zo’n mooi Henny Huisman jasje

En weg was mijn stoere zoutwaterimago!

Roel Smidt

Coaster “Seanymph”





Comments are closed.