NKDE

Het gebeurt altijd onverwacht

Het gebeurt altijd onverwacht

On januari 13, 2010, Posted by , In Oude doos,Reisverslag,Zeemanschap, With Reacties uitgeschakeld voor Het gebeurt altijd onverwacht

Tweede Pinksterdag, half twaalf. Na het onweer van gisteren is de lucht opgeklaard. Wind: zuidwest vier. Mooier zeilweer kun je je nauwelijks voorstellen. We, mijn zoon en ik, hebben de kleinkinderen aan boord: Roeland van zes en Sara van ruim drie jaar. Om ze geen schrik aan te jagen zijn we kalm begonnen. Met alleen fok en bezaan lopen we nog altijd een aardig gangetje terwijl de boot nauwelijks overhelt. Van angst is bij de kinderen trouwens geen sprake. Ze zitten op hun knieën aan lij en laten de handen door het water slieren. Ik ‘zit erbij en ik kijk er naar’. Als het aan mij lag zouden ze op hun billen zitten. Maar het moet wel leuk blijven en ik wil geen overbezorgde ouwe zeur zijn. Ik hou dus m’n mond.

Daar krijg ik veel spijt van als Sara overboord rolt. Het ene ogenblik zit ze nog onder handbereik, het volgende moment is ze verdwenen, zo snel en onverwacht dat ik het eerst niet geloof. Dit kán niet waar zijn. Bij ons vertrek had ik, een beetje lacherig, gevraagd wie van ons tweeën springen zou in geval van nood. ” Dat doe ik wel’, had de zoon gezegd. Voordat ik hem aan die belofte houden kan ligt hij al in het water. Het schip zeilt door alsof er niets gebeurd is, maar met een gehalveerde bemanning.. Dan begint Roeland snerpend te gillen. In een eerste opwelling rol ik de fok op en gooi het bezaantje los. Verkeerd natuurlijk. Ik had moeten opdraaien en de bezaan juist strak trekken. Waarom heb ik die manoeuvre nooit geoefend met deze boot? “Niks aan de hand hoor’, roep ik, in strijd met de feiten, tegen Roeland die nog steeds loeit als een sirene.

Ik klap de motor omlaag en ruk aan het startkoord. Gelukkig pakt hij meteen, de braverik. Maar we zijn flink afgedreven. Tientallen meters achter ons dobberen twéé hoofden. Goddank zijn ze er nog allebei! “Niks aan de hand’, roep ik weer. Andere schepen draaien onze kant uit. Maar wij bereiken de drenkelingen het eerst. Aan haar zwemvest trek ik Sara omhoog. Ze is flink geschrokken maar lijkt verder niets te mankeren. Daarna help ik de zoon aan boord die stijf van de kou is en van schrik. Op weg naar een warme douche en droge kleren realiseer ik me pas goed hoe erg het mis het had kunnen gaan. En het gebeurt altijd onverwacht.

Jon Brakelé

Naschrift:

  • ‘s Morgens hadden we Sara’s zwemvest gecontroleerd. Omdat een bandje ontbrak, dat voor- en achterkant tussen de benen door met elkaar verbinden moet, had ik er een touwtje aangebracht.
  • Dat ik gewend ben alléén te zeilen was een voordeel. Toch verdiende mijn actie geen schoonheidsprijs. De manoeuvre “man over boord” moet nog eens geoefend worden. Met een stootkussen (kleinkinderen zijn er te kostbaar voor) en natuurlijk zónder motor.
  • Sara zegt dat ze nooit meer mee wil in die ‘stomme zeilboot’.



Schuin

Comments are closed.