NKDE

Een neus voor Ken Duxbury

Een neus voor Ken Duxbury

On januari 12, 2010, Posted by , In Overig, With Reacties uitgeschakeld voor Een neus voor Ken Duxbury

In 1987 hoorde ik voor het eerst over het boek Zwerftocht van de “Lugworm” van Ken Duxbury. Dit boek via de plaatselijke bibliotheek aangevraagd bij de centrale bibliotheek in Tilburg. Het boek werd vrij snel toegestuurd en ik dook in het verhaal. Wat een verhaal!!

In die tijd zeilde ik een een jol in Nederland en tijdens vakanties in Italië en Joegoslavië. Dagtripjes vanuit de camping. Duxbury maakte me helemaal enthousiast voor de Drascombe Lugger en voor Griekenland. In die tijd al eens gekeken naar een Lugger. De aanschafprijs weerhield me destijds van de aankoop. Het gevolg van de Zwerftocht van de “Lugworm” was dat ik het grootste gedeelte van de tocht van Duxbury door Griekenland afgelegd heb in een open boot, een Simoun 4.45, zonder motor. Later ook in een kajuitjachtje met motor.

Een tweede gevolg was een voortdurend stijve nek van het scheef kijken in antiquariaten. Ik wilde het boek graag in mijn bezit hebben. In 1998 ontmoette ik iemand in een jachthaven en hij had het boek. Vanwege mijn enthousiasme stuurde hij me snel het boek. Wat een verrassing! Zo’n tien jaar zoeken levert onverwacht het fel begeerde boek op. Maar de gewoonte van het zoeken bleef. Vorig jaar kwam ik op Terschelling het boek weer tegen. Twee kringleden heb ik hiermee blij kunnen maken. Onlangs stond het boek tot mijn verbazing bij De Slegte bij de afdeling maritieme boeken. Ik heb het natuurlijk gekocht want ik weet dat ik zeker iemand binnen de kring tegen kostprijs blij kan maken. Wie heeft interesse?

Een andere tip voor een bezoek aan De Slegte: John Toohey: De nachtmerrie van captain Bligh. Dit boek gaat over de tocht die captain Bligh maakte met getrouwen nadat zij gedwongen waren om de Bounty na muiterij te verlaten. Het bijzondere aan dit verhaal is dat zij met 19 personen een tocht van ruim 3600 nm maken in een open boot van 23 voet. Zeg maar een grote Longboat.

Gijs van Kemenade

Comments are closed.