NKDE

Drascombetorial 4

Drascombetorial 4

On januari 12, 2009, Posted by , In Overig, With Reacties uitgeschakeld voor Drascombetorial 4

Heerlijk lot

In het laatste mooie doch windstille weekend van november toog ik naar Harlingen om nog even een beetje met Pride rond te varen. Niet veel, gewoon beetje pielen, omdat de pezen van mijn stuurboordsarm al een half jaar muiten. Had tegen de mevrouw van de jachthaven gezegd dat mijn trots er tot nader order niet uit mocht. Met die arm kan ik toch niet schuren, dan maar liever drijvend klooien. Van verre zag ik haar staan: masten omhoog, roer er nog in, maar nadrukkelijk op een bok. Iets even een beetje verkeerd gegaan. Achteraf maar goed ook, want korte tijd later werd het weer slechter en viel fikse vorst in. Weer zo’n voorbeeld waarin het leven beter uitpakt dan mijn planning rechtvaardigt.

Veiligheid

Heb het heerlijk gevoel habitueel op het goede paard te wedden. Toen het IJzeren Gordijn viel en zich ‘intellectuele elite’ noemende salonsocialisten zich bekreunden om ‘het gelijk van rechts’, kon ik niet nalaten de meest ongeneeslijke gevallen toe te brommen: ‘toen ik vroeger zei dat het communisme een naargeestige ramp was, noemde je me ‘een domme rechtse militair’. Maar goed, de Marxisten en Maoïsten van toen zijn tegenwoordig ook gewone materialistische, zekerheidszoekende Dorknopers die met hun aannemer naar de hoeren gaan en stijf van de ANGST op de LPF hebben gestemd. Tegenwoordig mag je zelfs in Pv/dA-kringen gewoon ‘kutmarokkaan’ zeggen, dus ook de ‘linkse elite’ (een contradictio in terminis, dunkt mij) mag eindelijk de dingen bij hun naam noemen. Leve Pim, if you’ll pardon me the pun.

Wel jammer dat zelfs zich vanwege hun intellectuele inhoud op de borst rammende politieke partijen, zoals D66 en Groen Links, hun agenda ook geheel door de geest van de omgelegde messias des volks laten bepalen. Van de EO-jongeren van Balkenende kan ik het nog begrijpen want met fantasie word je geen CDA-lid, maar van het ‘anti-autoritaire linkse’ gewroet verbaast het: juist door anti-autoritaire opvoedingen, softneuzige hulpverleners in politiepak en het democratisch serieus nemen van contactgestoorden zijn veel maatschappelijke structuren afgebroken die de samenleving leefbaar maakten. Dat was toch de bedoeling? Moet je ook niet zeuren over het resultaat.

Iedereen praat alleen nog over veiligheid. Heb eigenlijk nooit last van onveiligheid, met mijn pitbull drie pas links achter. Beter een flink mes in de broekzak dan een briefopener in de rug, is het moderne motto voor de wandelaar. Laat de politieke zotheid nog even voortsudderen en we mogen een kanon op onze Drascombes monteren.

Toonaangevende Fransen

Ook op zeilgebied dat goede-paard-gevoel. Na jarenlang de welvaartsdiersoort Homo Comfortconaineriensis te hebben beschimpt, stel ik tot mijn onuitsprekelijke tevredenheid vast dat weldenkende, ervaren watersporters zich in aanzwellende hoeveelheden in handzame, Drascombe-achtige bootjes storten. Goed, nouveaux maritimes blijven zich verdringen rond de Bavaria’s 45, maar in heel Europa schieten de ‘RAIDS’ als paddestoelen de grond uit. Het lijkt net zo besmettelijk als AIDS maar een stuk gezonder –bovendien vergt ‘van dattum’ in ons soort bootjes wel heel veel driften dus krijg je het ook niet zo makkelijk. Met de voor deze vorm van varen benodigde Beerenburgconsumptie kom je ook niet zo aan heroïnespuiten toe. Inmiddels kun je in RAIDS in Portugal, Schotland en Finland je krachten meten onder zeil en riem. Het zijn stevige afknijptochten maar wie trechtervormige Triatlon-torso’s zou verwachten vergist zich: overwegend brave stellen, soms ver past their prime.

Merkwaardigerwijs wordt het allemaal door Fransen georganiseerd. Bleedin’ frogs toonaangevend in de zeilsport? Ik vrees het ergste. Klaas-Jan Hoeve, redacteur van Zeilen en uitgever van Hollandia –waar Tonnis Muntinga is vertrokken- stelde laatst vol overtuiging vast: op het ogenblik gebeuren op zeilgebied de dingen in Frankrijk en Nieuw Zeeland. Wablief?

Hear that spinning noise? Michiel de Ruyter and Lord Nelson in their graves! Waar zijn de dagen van Lord Raglan, die tijdens de Krimoorlog met de Fransen de Russen moest bestrijden, maar habitueel aan de vijand bleef refereren als ‘The French’. Gevoel voor traditie is er niet meer. Nog even en het Royal Yacht Squadron wordt een laagdrempelige kanoclub met een postduiven-afdeling en een cursus Frans voor de resterende zeilers.

Keltenvliegen

Zes jaar geleden is in de schoot van de KR&ZV ‘De Maas’ de Keltenwherry ontstaan: een geavanceerde kunststof boot met als uitgangspunt de lijnen van de klassieke wherry Plevier. Innovatieve constructies, veel nooddrijfvermogen en een door scheepsbouwer Jaap Gelling en roeier Jan Katgerman uitgedokterd ontwerp, maken de Keltenwherry een Ferrari onder de wherries. Met zo’n opgevoerde kano zouden we met zes heren van Harlingen naar Terschelling roeien. Althans, dat dacht ik, maar verder vond iedereen dat we gingen zeilen. Op het moment suprème woei de stront van de dijken vanuit het noordwesten. Dus gingen we in het dorp Kimswerd, bezuiden Harlingen, te water voor een woeste binnendoortocht. Over de Harlingervaart naar Bolsward en vandaar door langs IJlst naar Heeg en vervolgens de Fluessen over naar Stavoren. We vlogen Valken en tjalken voorbij en op de Fluessen spiesten we de spieringen aan een duikende outrigger die stevig sop naar binnen spoot. Terwijl wij ons ene Optimistenzeiltje al een hele toer vonden en natte voeten leden, voerden onze makkers in de andere wherry op de Fluessen een tweede mast met zo’n sprietlap. ‘Lag ‘ie veel stabieler van’ deelde reisleider Katgerman glunderend mee. Als je zo, met gelijkgestemd Spartaans gezelschap, met je billen door de baren bruist en het koude water rond je voeten voelt klotsen, besef je waarom je de Drascombe trouw blijft: dezelfde intieme beleving van het water die je als bemanning een sportieve lotsverbondenheid bezorgt, hetzelfde gevoel dat je met eenvoudige middelen een maximum aan genot beleeft maar wel een stuk weerbaarder en bewoonbaarder dan een wherry. Zodra je echter een haaltje aan de riemen geeft begrijp je waarom sommige lui dan toch liever in die wherry blijven.

Digitale zegeningen

Wat leven we in een tijd vol onverwachte genoegens. Ik gebruikte E-mail al intensief maar het www eigenlijk zelden, vanwege het hoge Gele Gids-gehalte. Tot vrouwlief Jeannette me wees op de ‘zoekmachine’ www.google.nl. Ongelooflijk wat daar allemaal mee gevonden kan worden. Type ‘Concordia yawl’ in en alles dat de afgelopen halve eeuw over die prachtige door Raymond Hunt en Waldo Howland ontworpen samengeknepenbillenboten is gepubliceerd projecteert zich op je netvlies (zie lijnenplan). Hetzelfde met Sparkman & Stephens’ Sailmaster 22, Colin Archer en de Sonttol registers. Zelfs botenbouwer J.P.G. Thiebout leverde resultaat, al was het met een stinkpot van de Oude Glorie. Geen spoor van de mooie wherries die hij gebouwd heeft. Die vind je wel op www.maritiemdigitaal.nl, de site van de maritieme musea in Nederland. Ongelooflijk. Je hoeft nooit je stoel meer uit om de hele wereld aan informatie te zien langskomen. Een laptop met gsm op de Drascombe en je hebt het equivalent van de Koninklijke Bibliotheek aan boord.

Schuttevaer

Met de nieuwe voorzitter van de vereniging ‘Onze Vloot’, oude marinekennis Ruurd Lutje Schipholt, besprak ik de toestand in de wereld en in het bijzonder die van de maritieme bladen. Het blad Maritiem Nederland van ‘Onze Vloot’ lijdt een noodlijdend bestaan, de Stichting Nederland Maritiem Land beschikt over tonnen subsidie en zegt op zoek te zijn naar een medium maar doet niets, het blad de Blauwe Wimpel ligt vrijwel op apegapen, het marineblad is exclusief voor zeerovers en het degelijk tijdschrift De Zee, Schip en Werf’ is alleen voor techneuten verteerbaar. ‘Eigenlijk zijn er alleen buitenlandse bladen die een beetje succesvol over maritieme zaken publiceren’ sprak de voorzitter.

‘En Schuttevaer dan?’ vroeg ik verrast: ‘draait op commerciële basis en heeft een voldoende uitgebreid netwerk van correspondenten om met nieuws te komen’. Puzzled look op de zeeroverstronie. ‘Schuttevaer, ja maar dat is alleen voor binnenschippers’ sprak de schout-bij-nacht b.d. Mijn beurt voor een puzzled look. Schuttevaer is al 20 jaar bezig om uit de binnenschippershoek te komen, ruimt naar evenredigheid pagina’s in voor handelsvaart, marine, scheepsbouw, visserij, offshore, baggerbedrijf, traditionele zeilvaart en watersport, en zo’n smaakmakende vlagofficier weet van niets. Okay, het blad werd lange tijd gekenmerkt door een enigszins dyslectische redactie, maar die tijd ligt ver achter ons.

Tegenwoordig geniet Schuttevaer zelfs in Den Haag gezag en worden door het blad regelmatig hete hangijzers aangeslingerd, zoals het geval Dongedijk, waarin een ondeugdelijk ontwerp ten grondslag lag aan het kenteren van een schip. Alle nattigheid die de moeite waard is staat er in en het wordt gemaakt door aardige lui die zelfs een column van mij verdragen. Lutje Schipholts commentaar was wel kenmerkend Nederlands: alleen in het buitenland is het goed.

Verloren vissies

Trouwe lezertjes weten dat veel aspecten van de EU mij tegenstaan. Een goed voorbeeld is het visserijbeleid. De afgelopen 30 jaar heeft het quota-systeem visserlui verplicht (bij)vangsten die hun quotum overstegen overboord te zetten. Dood uiteraard, naar schatting de helft van alle EU-vangsten. Als vissers van het ene EU-lid hun quota hebben volgevist kunnen andere EU-vissers dezelfde soorten voor hun neus wegvangen. Forse saneringsvergoedingen hebben het slopen van waardevol maritiem erfgoed gestimuleerd. Moderne schepen met enorme capaciteit kwamen er met EU-subsidie voor in de plaats. Met name de Spaanse vissersvloot is, sinds Spanjes toetreding tot de EU, met sloten subsidie in een, voor de visstand, veel te grote jas geholpen. Als volgend jaar de inhaaloperatie van Zuid-Europese nieuwe EU-leden is voltooid, mag deze enorme vloot in alle EU-wateren vissen. Spaanse en Franse vissers hebben de slechtste naam in het ontduiken van quota, vaak met medeweten van hun overheden.

Met name in de noordelijke EU-landen leeft bij vissers al langer het besef dat men zonder beperkingen zijn eigen graf vist. Die beperkingen moeten echter EU-wijd worden opgelegd, om te voorkomen dat minder ingetogen zielen de zee toch leeghalen. Logisch lijkt allereerst ieder subsidiëren van viscapaciteit te stoppen. Daar denkt Spanje, met de grootste en zwaarst gesubisidieerde vloot van de EU, anders over. Voorstellen tot vloot- en subsidie-reductie voor de hele EU, opgesteld door visserij top-Eurocraat Steffen Smidt, zouden eind 2001 worden ingediend door de Europese commissie. Spanjes premier Aznar en de Spaanse commissaris Loyola de Palacio wisten indiening eindeloos te frustreren. Ronduit stuitend was dat eind april directeur-generaal Smidt werd aangezegd dat hij van zijn post werd ontheven. Het werd in alle toonaarden ontkend, maar de invisible hand of Aznar was onmiskenbaar. Pas zeer onlangs is men tot een sterk verwaterd vergelijk gekomen, waarin de subsidie van overcapaciteit nog een jaar wordt gerekt, om dat alles weer te beperken met een mengeling van verplichte stilligdagen en quota. Die pakken in ieder geval voor de kabeljauw toch weer te ruim uit en dat weer door Britse druk. Jammer dat die beesten hun voortplanting niet aan de politiek kunnen aanpassen.

Het goede bericht in deze idiote toestand is dat Damen Shipyards een prachtige high tech kotter voor de AID heeft mogen bouwen, waarin alle denkbare wizardry wordt gebruikt om het doen en laten van Nederlandse vissers te registreren. De Barend Biesheuvel is een soort centrale tachometer voor de hele visserij. Als nou alleen maar de grootste ontduikers Frankrijk en Spanje hun vissers op dezelfde wijze zouden beteugelen…
Denk maar niet dat je dit op Urk kunt verkopen.

Comments are closed.